The Art Couch – een gesprek

Kunst op het kerkhof, een gesprek met Pieter De Decker

Frederic De Meyer – The Art Couch
2019.06.23

 

Kan je natuur toevoegen aan de natuur? Het lijkt een absurde gedachte. De natuur is een en ondeelbaar toch? Het vergt misschien een kunstenaar om zo’n absurde poging ook maar te willen wagen.

Pieter De Decker kiest vaak stukjes natuur uit die omgeven zijn door elementen die door de mens gecreëerd werden. Stukjes groen tussen twee fabrieken, bomen en struiken tussen twee flatgebouwen. Hij richt zijn camera op de slinkende plekjes natuur die de mens ongemoeid heeft gelaten, voorlopig. De dreiging van de menselijke interventie gebeurt buiten beeld, maar is steeds latent aanwezig. Hij doet het niet met de bedoeling een aanklacht te formuleren, om de mens en zijn impact met de vinger te wijzen. Hij doet het vanuit een oerinstinct, vanuit een diep ingegraven nostalgie naar de tijd voordat de mens de natuur overwon.

Je mag er ook niet van uitgaan dat de natuur het onderwerp is van zijn kunst. De foto’s die hij maakt, drukt hij af op ruw papier, waarvan hij dan weer foto’s neemt, tot het onderwerp een niveau van korreligheid bereikt dat het geheel haast abstract maakt, tot er daadwerkelijk nieuwe landschappen verschijnen. Hij mikt hoofdzakelijk op een esthetisch effect, de harmonieuze combinatie van kleuren, de verrassingen van toevallige kleurschakeringen.

Het werk, de zoektocht stopt niet bij die ene foto. Aan de hand van technieken die hij zelf ontwikkelt en die hij daarom nog volop leert beheersen, wordt de foto vaak in drie lagen geprint op doorschijnend plexi, met rasters die het doorsijpelen van het zonlicht slechts met mondjesmaat onderbreken. Op de achterkant wordt een ander beeld geprint, dat zich soms, afhankelijk van de invalshoek van het licht, in het eerste beeld verweeft. Het geheel vormt zo een subtiele paringsdans tussen het licht en de foto’s, dat permanent evolueert, constant een metamorfose ondergaat, zich gewillig overgeeft aan de grillen van de wolken, de natuurelementen, de voorbijglijdende seizoenen.

Het is de schepping van een nieuw stukje natuur, dat zich subtiel bij het oorspronkelijke voegt, hoewel het er tevens mee in contrast staat, gezien het niet natuurlijk is. Hierdoor ontstaat niet enkel een spel tussen licht en natuur, maar tevens een spel van betekenis. Om dit te begrijpen moet je op het kerkhof van Zwijndrecht zijn.

Kunst op het kerkhof

Het zal vast nooit zijn bedoeling zijn geweest om met zijn werken op een kerkhof te belanden. Niettemin zit de intrinsieke poëzie van de plek, al zal niet iedereen die herkennen, ook in de installaties vervat. Het langzaam verglijden van de tijd, de onontkoombare evolutie in de werken van Pieter, zijn het in essentie geen allesbepalende factoren in het eindige mensenleven? Ook omgekeerd zou je in zijn oefening om de natuur te abstraheren een correlatie kunnen vinden met het schimmiger worden van het geheugen naarmate we het einde naderen. De realiteit van het verleden slibt weg, vanuit het individuele standpunt. Is het niet zo dat het verleden vervormt, anders belicht wordt, afhankelijk van de omstandigheden waarin we terugblikken naar ons bestaan? Ook in ons als mens worden nieuwe realiteiten gecreëerd, bovenop de bestaande.

Een wisselwerking die tot mijmeren stemt…

 

 

 

_
Meer info:
theartcouch.be

theartcouch logo

WARP – K1-vitrine

WARP / K1-vitrine

Laureline Soubry

PIETER DE DECKER – 20180709 1542-1567 Cloudscapes

De wolkenlucht van Pieter De Decker (°1982, Zwijndrecht) voor de vitrine K1 bij WARP lijkt onbegrensd. Je wordt er als toeschouwer middenin gezogen, er is geen horizon of ander eindpunt te bespeuren. Bovendien bevinden de wolken zich op ooghoogte, een vreemde ervaring. Onze perceptie van de werkelijkheid is niet langer vanzelfsprekend. Pieter roteerde de luchtfoto, een onzichtbaar, maar wel boeiend detail. Als kunstenaar is hij regisseur en manipulator van ‘zijn’ atmosfeer. Binnen de context van een nauwe straat in het stadscentrum is dit beeld overdag een verademing: het breekt de ruimte open en geeft ons een blik op de oneindigheid van de hemel. ’s Avonds echter is de rode vuurzee zowel een verlicht baken, van veraf in de straat zichtbaar, als een dreigende rode tong die de stad in lichterlaaie zet.

Pieter De Decker laat zich verwonderen door kleine fenomenen in zijn eigen omgeving. Tijdens zijn vele wandelingen zoekt hij in de eerste plaats rust op. Zijn excursies zijn een tijdelijke interval binnen zijn dagelijkse routine als grafisch vormgever. Zijn aandacht wordt getrokken door lichtinval op de bladeren, kleurschakeringen in een waterloop of de bijzondere transformatie van de lucht bij ondergaande zon. Hij legt zijn ervaringen vast op de gevoelige plaat, zoomt in, snijdt uit en print zijn foto’s af op verschillende texturen, die hij dan opnieuw fotografeert. Ook deze foto’s worden ingescand en bovenop de bestaande beelden geplaatst. Hij bouwt zijn beelden laag per laag op tot hij tot een bevredigend resultaat komt. Deze methode doet denken aan de manier waarop olieverfkunstenaars dunne gladde laagjes verf aanbrengen waarbij – door de transparantie van de verf – vorige lagen steeds zichtbaar blijven; graduele composities als het ware. Pieter gaat steeds zeer nauwkeurig tewerk en is streng voor zichzelf. Heel wat (bewerkte) beelden gaan zijn digitaal archief in, zonder ooit tot een concrete realisatie te komen.

Het uiteindelijke resultaat voor K1 werd een installatie op het raam, gebaseerd op twee foto’s van wolkenformaties op verschillende momenten. De buitenfolie, met sterk geperforeerde gaten, toont een blauwe wolkenlucht overdag, met de suggestie van de zon achter het wolkendek. ’s Avonds wordt de binnenfolie zichtbaar, langs de achterzijde met kunstlicht belicht. Passanten krijgen een felle oranjerode lucht te zien, een ondergaande zon in het heetst van de strijd. Op geen enkel ogenblik ziet het werk er hetzelfde uit, omdat de lichtinval en je eigen invalshoek het werk doen veranderen.

Tijdsverloop is daarom een belangrijk element in het werk van Pieter De Decker. Je hebt als toeschouwer tijd en geduld nodig om het werk te zien veranderen en die tijdsduur houdt een mogelijkheid tot reflectie en contemplatie in. Zo maakte hij verschillende landscape frames voor herdenkingsplaatsen. Deze frames (net als het werk voor K1) bestaan uit verschillende beelden, waar menselijke afwezigheid een constante is. Fragmenten van haast onaangeroerde landschappen stralen rust uit, misschien een weerspiegeling van de rust die Pieter opzoekt bij zijn wandelingen.

Pieter noemde zijn werk voor K1 ‘20180709 1542-1567 Cloudscapes‘. De titel verwijst naar de locatie en de datum waarop de oorspronkelijke foto’s werden genomen. Voor Pieter is het een manier om het onmogelijke moment van herkenning vast trachten te houden. Deze meta-informatie en sterk doorgedreven archivering is echter ambivalent: op het moment dat je een foto neemt, is de Aha!-erlebnis alweer voorbij. Net als in zijn landscape frames is ook hier het aloude idee van de Griekse filosoof Heraclitus (5e eeuw v.C.) van tel: alles is in beweging, niets is blijvend.

__
Kunstenplatform WARP, Laureline Soubry

Augustus 2018

20180731 ExpoK1 WARP PieterDeDecker 1918 20180731 ExpoK1 WARP PieterDeDecker 1803

2018.08 K1 Pieter De Decker PaulDeMalsche web

© foto: Paul De Malsche

_
Meer info:
www.warp-art.be
Artwork ‘20180709 1542-1567 Cloudscapes’

Lichtbeelden in ’t Waaigat

Lichtbeelden in ’t Waaigat

Dirk Verelst

 

We trappen een open deur in als we stellen dat Pieter De Decker gefascineerd is door landschappen. Het desolate, lege, uitgestrekte landschap weet hem te bekoren. Deze ervaring tracht hij om te zetten in zijn beelden. Hij experimenteert met fotoprints, papiersoorten, licht en fototoestel. Hij recreëert het landschap, ontdoet het van menselijke aspecten. Verschillende lagen, verschillende beelden boven en door elkaar maken een nieuw landschap. Niet voor niets noemt hij William Turner als zijn grote favoriet.

Pieter De Decker wil het landschap van ‘weleer’ artistiek reconstrueren. De mensen en het effect van het menselijk handelen worden verdrongen. Zijn vele en lange tochten doorheen de Wase polders zijn niet vreemd aan het gevoel om het verdwijnende en verdwenen landschap opnieuw te reconstrueren. Hij schildert niet met verf, maar hij doet dat met licht. Hij bewerkt opnames van landschapsgezichten en maakt een nieuw imaginair landschap. De fotografische opnamen van het verstilde landschap lijken uit zichzelf op te lichten naar analogie met het onbestemde ‘Turneriaanse’ licht.

De kunstenaar onderzoekt wat het licht kan doen met een beeld. Hij zoekt en experimenteert tot het beeld de juiste sfeer krijgt. Hij werkt zo aan een eigen beeldtaal om het sombere en desolate landschap te beschrijven. Het resultaat zijn beelden die beklijven. De specifieke achtergrond van de Wase polders verdwijnt en wordt universeel.

 

__
juni 2012 – Dirk Verelst (Met dank aan Dan Holsbeek en Christian Wittebroodt)

 

Labaer – Maaseik

RAPPEL MAASEIK / zomer 2010

Dan Holsbeek

 

Labaer

Doorgaans refereren de op fotografie geënte beelden van Pieter De Decker aan het menselijk handelen binnen een groots natuurkader. Hier echter lijkt het alsof hij de mens wil verdringen en de toeschouwer het landschap van ‘weleer’ wil teruggeven. Een fase in de ontwikkeling van het landschap waarbij de aanwezigheid van de mens minder indringend was. Daarom opteerde hij voor een weids en relatief onaangetast zicht aan de meanderende Maas. Een plaats die, hoewel de stad daar toch niet zo ver vandaan is, het gevoel genereert van een zich verwijderende mens en van wegstervende geluiden. Aan deze bocht van de grote rivier plaatste Pieter De Decker een aantal transparante fotografische vlakken die door hun opstelling doen denken aan middeleeuwse twee- of drieluiken en in die zin ook refereren aan die historische figuur, die zo sterk met Maaseik wordt vereenzelvigd: Jan Van Eyck. Pieter De Decker schildert echter niet met olieverf, hij doet dat met licht. De gelaagdheid in zijn werk komt bovendien niet tot stand door de befaamde glacistechniek van de vermelde Vlaamse Primitief, maar doordat hij de transparante beelden – bewerkte opnamen van omliggende landschapsgezichten – confronteert met de expositieplaats aan de Maas. Tussen de gepresenteerde opnamen en de locatie ontstaat er op die manier een wisselwerking en evoceert de kunstenaar een nieuw imaginair landschap, dat bovendien door het veelal achterliggend zonlicht baadt in een wat onwezenlijke sfeer. De fotografische opnamen van het verstilde landschap lijken hierdoor een beetje uit zichzelf op te lichten naar analogie met het onbestemde ‘Turneriaanse’ licht dat ook elders in het oeuvre van Pieter De Decker is terug te vinden en dat een intense correlatie bewerkstelligt tussen vorm, kleur en licht. De toeschouwer gaat gaandeweg vanuit een nostalgisch gevoel, locatie en werk ervaren als een onverbrekelijk geheel. Het gecombineerde gezicht krijgt hier een romantische dimensie, waarbij het gevoel van de mens als nietig wezen te midden van de grootse natuur à la Caspar David Friedrich nooit ver weg is.


__
Dan Holsbeek
Tekst voor expo ‘Rappel’ in Maaseik, juli 2010

 

 

@ Maaseik, expo ‘Rappel’, juli 2010